Namasté, oftwel: Hallo in het Nepalees. Hallo in het Nepalees, omdat ik nu in Kathmandu ben en iedereen me zo begroet. Zelfs Europeanen, zelfs Israëliërs. Iedereen namastéet elkaar hier. Wel zo gezellig.
Vanaf Darjeeling ben ik via Siliguri naar Nepal gegaan. De reis naar Siliguri (dicht bij de grens) was relaxt. De avond ervoor had ik weer gedineerd met de Amerikaanse Indiër en zijn vrouw en ze boden me aan om de volgende ochtend met ze mee terug te reizen. In Siliguri hebben we afscheid genomen en daar ben ik een jeep ingedoken richting de grens met Nepal.
40 US dollar en je hebt een 30-dagen visum voor Nepal. Toen dat gefixt was ging ik op zoek naar een bus richting Kathmandu. De busreis naar Kathmandu duurt ongeveer 12 uur. Uiteraard waren hier ook weer heel veel mensen met die me wilden ‘helpen’ maar daar was ik op voorbereid. Geld gewisseld en een boekingsbureautje ingedoken. Toen werd het leuk.
De man achter de ticketbalie vertelde me dat de enige weg richting Kathmandu al een paar dagen was gebaricadeerd door boze boeren. Dat was dus geen optie. Waarschijnlijk was dit alom bekend – het ‘reizigers netwerk’ werkt vrij goed – maar had ik deze, waardevolle up-to-date, informatie gemist omdat ik alle dagen met die Amerikaanse Indiër en zijn vrouw op stap was. Dit was dus de reden dat ik me de enige buitenlander voelde hier. De ticketverkoper bood aan om met het vliegtuig te gaan maar dat weigerde ik omdat het meer dan 10 keer zo duur was als de, 8 euro kostende, busticket. Toen kwam hij met een ander leuk idee.
Tussen Kakarbhitta (de grensplaats) en Kathmandu ligt ook een onverhardde weg die gebruikt wordt voor het vervoer van grote stenen door hele grote trucks. Omdat de stakingen nu al meerdere dagen duurden wilde het busbedrijf vandaag proberen via die weg Kathmandu te bereiken. Dit zou ongeveer 22 uur moeten duren. Iets minder confortabel maar een prima oplossing.
Wat een avontuur was dat. De reis duurde uiteindelijk 39 uur. Grote stenen, midden op de weg, waar de buschauffeur omheen moest manuvreren. Bergen op, bergen af en hele smalle weggetjes. En dan die grote trucks die – luid toetterend – tegemoet kwamen of juist wilden passeren op onmogelijke plekken. Soms zaten we vast in de modder (het had geregend) en soms was het zo stoffig dat ik de mensen 5 banken voor me niet kon zien en iedereen met zijn ogen dicht wanhopig door sjawls of sokken probeerde te ademen. 17 uur hebben we moeten wachten om een rivier over te steken. Niet per brug, niet per boot maar per ropeway. Hoe dat is kan ik niet uit te leggen maar het is absoluut niet mogelijk in Nederland.
Toen ik ’s nachts, op het dak van de bus, probeerde te slapen werd me één ding opeens weer heel duidelijk. “Je kunt zelf kiezen hoe je een situatie wilt ervaren. Zie het als iets verschrikkelijks of juist als een mooie ervaring. Uiteindelijk is het verspilling van tijd en energie wanneer je je focust op dingen die je niet kunt veranderen”. Deze theorie komt uit een boek van Stephen Covey en de onderliggende gedachte is dat je je beter kunt richten op de dingen waar je invloed op hebt dan op de dingen waar je bij betrokken bent maar niets aan kunt veranderen. (Geïnteresseerd? Klik HIER)
Uiteindelijk aangekomen in Kathmandu vond ik al heel gauw een hele fijne plek om te slapen. De vrouw die dit guesthouse managed is knettergek maar dat maakt het reuze gezellig. Op het dak is een kleine keuken waar ik, voor het eerst weer sinds 3 maanden, voor mijzelf hebt gekookt. Ik was blij als een kind toen ik, om 17:30, mijn bordje brocolie met aardappels en gehaktballen naar binnen werkte. De vrouw van het hostel vond het niet te eten, ze kon zich niet voorstellen dat Nederlanders kunnen genieten van zulk ’smaakloos’ eten.
Hier in Kathmandu is een boel te doen. Het is de vertrekbasis voor trekkings richting het Everest Basecamp en in de omgeving vind je veel adventure sports. Mijn canyoningtrip, 2 dagen geleden, ging niet door. Onderweg stuitten de taxichauffeur en ik op een uitgebrandde bus met ingegooide ramen en een brug vol boze mensen die bomen hadden omgezaagd en daarvan een barricade hadden gebouwd. Er was een ongeluk gebeurt en de mensen wilden eerst geld van de busmaatschappij voordat de weg weer open ging, zo schijnt het hier te werken. Banda, noemen ze dat hier in Nepal. Dat betekend zoiets als; alles plat of niemand erlangs. Daar had ik dus al eerder kennis mee gemaakt.
Voor mijn trip van gisteren moesten we over dezelfde weg maar konden we gelukkig, na anderhalf uur onderhandelen, de barricade wel passeren. Toen gebeurde er iets geks.
Stel jezelf eens voor: Je staat op een klein metalen platform in het midden van een hangbrug over een hele diepe kloof. Meer dan honderdzestig meter onder je is een woeste rivier en links en rechts een stijle klif. Je instinct zegt heel hard; NEE! Maar in gedachte probeer je jezelf te overtuigen. De wind suist langs je oren. De zon brand in je nek. Van achter je hoor je een stem die je zegt dat dit niet het moment is om je hersens te gebruiken. Je kijkt nog één keer naar beneden en zonder verder na te denken spring je in de diepte. Je vliegt, heel even. Dan wordt je gepakt door de zwaartekracht en heel hard naar beneden getrokken. De rivier komt dichterbij, heen snel dichterbij. Je ziet de rotsen uit het water steken. Dit gaat fout. Maar vlak voordat je te pletter valt trekt een elastiek je weer omhoog…
Wauw! En dit was zo verschrikkelijk mooi dat ik die dag meteen nog 3 keer van dezelfde brug ben gesprongen! Alsof je het zwembad in duikt, als superman en achterover. Wat onwijs gaaf! Dit is verslavend!
Nu weer in Kathmandu kijk of ik toch nog kan gaan canyoningen, de Bhote Kosi hier in Nepal schijnt de limiet van commerciële canyoning te zijn dus dat belooft wat. Verder heb ik plannen om naar Pokhara te gaan dat ligt westelijk van Kathmandu. Het reizen hier is mooi. Overal om me heen heuvels en rijstvelden met soms in de verte een glimp van besneeuwde bergtoppen. Ik geniet van dit prachtige land.
Gauw meer!
HUISHOUDELIJK: